Belasting op de verdeelapparaten van vloeibare of gasvormige brandstoffen - Reglement - Wijziging.

De Gemeenteraad,
Gelet op zijn beraadslaging van 18/11/2014 met betrekking tot het innen van een belasting op de verdeelapparaten van vloeibare of gasvormige brandstoffen, uitvoerbaar verklaard op 01/01/2015 voor een termijn die verstrijkt op 31/12/2019;
Gezien de Ordonnantie van 03.04.2014 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake gemeentebalastingen ;
Gezien de Ordonnantie van 12.02.2015 wijzigend de Ordonnantie van 03.04.2014 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake gemeentebalastingen ;
Gelet artikel 170 van de Grondwet ;
Gelet op artikels 117 en 118 van de nieuwe gemeentewet;
Overwegende dat het nodig is de bedragen van de belasting regelmatig aan te passen;
Op voorstel van het Schepencollege;
S T E L T   V A S T  :
Het volgende fiscaal reglement vanaf 01/01/2020 en voor een termijn die verstrijkt op 31/12/2024 :
ARTIKEL 1
Een jaarlijkse belasting wordt geheven op elk vast of beweegbaar verdeelapparaat van vloeibare of gasvormige brandstoffen, geplaatst langs de openbare weg of op een privaat eigendom dat uitloopt op de openbare weg, en waaraan alle motorvoertuigen kunnen worden bevoorraad.
ARTIKEL 2
Zijn van de belasting vrijgesteld :
de uitrustingen behorende tot een openbare macht of tot een instelling van publiek  recht (N.M.B.S., N.M.V.B., enz...);
de uitrustingen uitsluitend gebruikt door de eigenaar en door zijn aangestelden of bedienden;
de verdeelapparaten van LPG.
ARTIKEL 3
De belasting is ten laste van de eigenaar van de verdeelinstallatie.  De uitbater van bedoelde installaties is evenwel hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling.
ARTIKEL 4
Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op :
. 2020 : 720,50€ per pistool
. 2021 : 735,00€ per pistool
. 2022 : 750,00€ per pistool
. 2023 : 765,00€ per pistool
. 2024 : 780,00€ per pistool
De belasting betreffende het eerste aanslagjaar wordt berekend per trimester, vanaf de datum van plaatsing tot 31 december daaropvolgend, waarbij elk begonnen trimester volledig wordt aangerekend.
ARTIKEL 5
Er wordt geen enkele teruggave of vermindering van de belasting toegekend indien het apparaat, door toedoen van de houder of de eigenaar, in de loop van het jaar weggenomen wordt.  Er wordt nochtans geen nieuwe belasting voor het lopend jaar gevorderd in geval het apparaat, met de toestemming van de administratie, van eigenaar of houder verandert.
ARTIKEL 6
Ingeval de Overheid het verwijderen van een belastbare installatie beveelt, kunnen de verkrijgers als schadevergoeding slechts aanspraak maken op de terugbetaling van de belasting voor de periode begrepen tussen de dag van de afschaffing van het toegestaande gebruik van de openbare weg en de daarop eerstvolgende 31ste december.
ARTIKEL 7
De inventarisatie van de belastbare elementen wordt verzekerd elk jaar door de gemeentelijke diensten.
Hiervoor laat de administratie een aangifteformulier aan de belastingplichtingen geworden,
die door hen behoorlijk ingevuld, gedateerd en ondertekend, dient teruggestuurd te worden naar het gemeentebestuur binnen een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van dat aangifteformulier degelijk ingevuld en ondertekend moet terugsturen.
Indien de belastingplichtingen dit aangifteformulier niet voor 30/09 van het aanslagjaar heeft ontvangen, moet hij er een aanvragen bij het gemeentebestuur.
Het aangifteformulier moet binnen een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van dat aangifteformulier degelijk ingevuld en ondertekend teruggestuurd worden.
De aangifte geldt tot wederopzegging.
ARTIKEL 8
De belastingplichtige is verplicht de eventuele  controle op zijn aangifte te vergemakkelijken, met name door de gevraagde documenten en informatie te verstrekken.
Bij gebrek aan aangifte zoals voorzien in artikel 7 of in geval van onjuiste, onvolledige of onduidelijke aangifte zal de belastingplichtige van ambtswege belast worden.
De ambtshalve ingekohierde belastingen worden verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde of als verschuldigd geacht belasting. 
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, stelt de gemeente de belastingplichtige in kennis dat het tot deze procedure overgaat, en dit conform de beschikkingen van artikel 7 van de ordonnantie van 03/04/2014 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake gemeentebelastingen. De belastingplichtige beschikt over 30 kalenderdagen vanaf de derde werkdag na de datum van verzending van de melding om zijn opmerkingen schriftelijk in te dienen.
ARTIKEL 9
De belasting wordt geheven via kohier.
De invordering en de geschillen worden beheerd overeenkomstig de wettelijke bepalingen ter zake.
ARTIKEL 10
Het huidig reglement heft alle vroegere desbetreffende reglementen op.